Verlichting, Bhagavan (Kalki) en het Gouden Tijdperk. – Hoofdstuk I: De zoektocht.

Door Kiara Windrider.

Er is niets vergelijkbaar met een reis naar een ver land, terwijl je de weg niet weet, er niet eens zeker van bent dat de bestemming bestaat, ergens wel wetend dat je bent voorbestemd om bij God uit te komen, en toch ook wetend, dat het zelf dat uiteindelijk zal aankomen, ook weer bestemd is om te verdwijnen. Wat kan ik zeggen over deze reis, behalve benadrukken dat het pas begint nadat hij voorbij is? Wat kan ik zeggen over het zelf, behalve dat ik weet dat ik mezelf pas begrijp als het zelf verdwenen is? Wat kan ik zeggen over het vinden van God, behalve dat ik mij verwonder over alle voortdurend veranderende oneindig prachtige uitdrukkingen van God’s gezicht, dat ook mijn eigen gezicht is?

Zolang ik me kan herinneren ben ik gefascineerd geweest door verhalen over heilige mannen en vrouwen op de bergtoppen en in de bossen van India die leefden in verlichte toestanden van goddelijke eenheid. Ik keek naar hen op met bewondering en een beetje jaloezie, terwijl ik diep in mijn hart het verlangen herkende om een soortgelijke staat van verlichting te bereiken, en tegelijk overtuigd was dat ik niet de discipline noch het uithoudingsvermogen had om jaren in een grot te verblijven ver van de wereld om deze kostbaarste van alle parels te zoeken.

Naarmate de jaren verstreken, gaf ik de hoop op. Ik zou nooit een Boeddha of een Christus of een Ramana Maharshi worden, want dat waren de enige voorstellingen die ik had van hoe een verlicht persoon er uit ziet. Toch bleef het verlangen in mijn hart bestaan, en ik kwelde mezelf door te smachten naar losbreken uit de beperkingen die ik waarnam in mijn eigen ervaring van mezelf, ondertussen wetend dat dit een onmogelijke droom was. Ik was geen avatar; ik was niemand in het bijzonder….. dus waarom ging dit verlangen in mijn hart niet gewoon weg?

Ik zie nu, dat mijn reis niet verschillend is geweest van ieders reis, want onder al onze afgescheiden illusies van de werkelijkheid, is er in wezen één ziel, één mind, één bewustzijn – en het ene verlangen om deze waarheid in onszelf te realiseren. Terwijl ik vertel over deze reis naar het ontwaken, zul je misschien zien dat het ook jouw reis is. En meer dan dat, het is ook de reis van het uitgestrekte verenigde bewustzijn dat het collectieve bewustzijn is van deze planeet.

Toen de jongen een man werd, raakte de hartstocht van de jongenstijd getemperd door de voortdurende eisen van het dagelijkse bestaan. Toch bleven de grote vragen doorgaan: Wie ben ik? Waar ben ik vandaan gekomen? Waar gaat de mensheid heen? Hoe kan ik helpen? Deze vragen waren vaak pijnlijk, omdat ik de antwoorden die ik hierop kreeg, niet echt leuk vond. Wat voor soort antwoorden waren zinvol in een wereld waar de uiterlijke werkelijkheid leek te worden gedomineerd door begeerte, honger, manipulatie, vernietiging en lijden?

De vragen begonnen aan te voelen als te groot om mee te dragen in een wereld die onmiddellijke antwoorden vroeg op onmiddellijke noden. Vele jaren lang had ik me beziggehouden met een gepassioneerde zoektocht naar verlichting, maar zelfs dit voelde een beetje hol voor mij nu. Hoe zou ik me goed kunnen voelen over het binnengaan in een soort van persoonlijk nirvana terwijl miljarden aardbewoners gebrand leken op uitroeien? Hoe kon ik het rechtvaardigen om jaren in een eenzame grot door te brengen terwijl de roep van de menselijke noden zo luid overal om me heen was? Bovendien was mij verteld dat slechts zo’n duizend mensen deze staat bereikt hadden sinds de dageraad van de geschiedenis, dus twijfelde ik eraan, gezien wat ik over mezelf wist, dat ik de volgende zou zijn.

Ik placht te ontsnappen in fantasieën over wat die verlichting zou zijn, niet alleen als een persoonlijke ervaring, maar als een wereldwijd ontwaken, maar ik slaagde er altijd in weer terug te komen in de ‘werkelijkheid’, een woord waar ik niet erg van hield omdat het niks te maken had met wat ik werkelijk voelde, en toch iets was waar ik mee moest leren omgaan als ik van enig nut wou zijn op Aarde. Ik werd actief in milieu- en vredesbewegingen. Ik begon alternatieve, milieuvriendelijke technieken te onderzoeken. Ik behaalde ook een diploma in transpersoonlijke psychologie, ontving mijn MFT vergunning in Californië, en begon praktijk te houden als psychotherapeut met lichaamswerk en energetische healing.

Gedurende de negentiger jaren, werkte ik enige tijd bij een alternatief healing centrum, genaamd het Pocket Ranch Instituut. Het werd opgericht door Barbara Findeisen en Tony Madrid, wier droom het was om mensen een veilige plek te verschaffen om door een spiritueel ontwaken heen te gaan. Verbonden met het Spiritual Emergency Network hadden we verschillende programma’s voor mensen om emotionele trauma’s uit het verleden los te laten, kundalini crises te hanteren, en om ze weer te verbinden met hun hoger zelf. Het was gelegen in 7000 hectare beboste wildernis, temidden van stromende beken en heilige eiken, in een land dat al honderden jaren werd beschouwd als een heilige plek voor spirituele visioenen. Het was een uniek programma, en ik hield ervan om daar te werken en mensen door zo’n prachtig ontwaken te zien gaan. Toch was het bij lange na geen verlichting.

Ik woonde in Mount Shasta in Californië in die tijd, wat door velen beschouwd werd als een van de krachtigste vortexen van heilige energie op de planeet. Ik bracht veel tijd door in de bergweiden, communicerend met de spirit van de berg, en met de ascended masters wier aanwezigheid hier zo tastbaar is. Het was een prachtige tijd, en het verbreedde mijn visie op onze planetaire reis. Ook bracht ik enige tijd in Hawaii door, spelend met dolfijnen en walvissen in hun oceaan-wereld, waarbij ze me leerden over eenheid.

Langzamerhand begon ik verschillende stukjes bij elkaar te leggen die schenen te wijzen op een wereld van nieuwe mogelijkheden. Ik bestudeerde verschillende kalendersystemen en profetieën van over de hele wereld, ik onderzocht weinig bekende wetenschappelijke bevindingen die wezen op enorme bewustzijnsverschuivingen die onze kant op kwamen, ik werd geïnspireerd door toekomstvisioenen die mensen hadden over de hele wereld, en zelfs zag ik me aspecten van mezelf ‘channelen’ vanuit andere tijdlijnen, en dat alles wees op een collectieve shift die de mensheid in de nabije toekomst te wachten stond. Ik schreef een boek over dit alles, ‘De Poort naar de Eeuwigheid: een leidraad voor Planetaire Ascensie’, dat onmiddellijk een aantal prijzen won, en gloeiende loftuitingen van een aantal mensen die tot dezelfde conclusies begonnen te komen.

Wat er ontbrak echter, was een plan. Het was allemaal heel mooi om te zeggen dat dit het was waar de mensheid naar toe ging, en zelfs de waarheid hiervan op een heel diep niveau te voelen. Toch voelde ik me soms een beetje schizofreen wanneer ik las over een nieuwe ronde van terrorisme in weer een andere hoek van de Aarde, of het nou onder auspiciën van de staat was of anderszins, of wanneer ik hoorde over weer een inheemse bevolkingsgroep die verplaatst werd omdat hun woud vernietigd werd zodat weer een andere corporatie kon profiteren van het bloed van de levende Aarde. Waar was nu het punt van samenkomst tussen mijn diepgevoelde innerlijke visioenen met deze diepgaand versplinterde uiterlijke realiteiten?

Begin 2002 ontmoette ik een vrouw die later mijn vrouw werd. Haar naam was Grace. Kort nadat we elkaar ontmoetten had ze een visioen waarin een wezen uit oude tijden aan haar verscheen in de gedaante van een Indiase vrouw, geheel gekleed in eenvoudig wit katoen. Ze onthulde dat ze Moeder India was, en liet haar uitgestrekte landschap zien dat uitgedroogd en kaal onder een droge lucht lag, met diepe scheuren die centimeters breed waren. Alleen een paar mensen zwierven in de omgeving. “Mijn kinderen zijn stervende,” zei ze. “Ze hebben voedsel nodig, en water, en mensen die zorgzaam zijn. Mensen moeten zorgzaam worden.” Grace bleef dat visioen een hele dag ervaren, terwijl ze de pijn diep voelde, gepaard met hitte en dorst, terwijl ze herhaaldelijk overgaf. Ze werd uitgestrekt. Ze was Moeder India, en voelde dat haar lichaam het land geworden was. Ze had het gevoel dat ze aardbevingen uitbraakte voor India, zodat die niet fysiek door het land hoefden te worden ervaren.

Op onverklaarbare wijze begon ik ook, na 22 jaar in de VS te hebben gewoond, een sterke drang te voelen om terug te keren naar mijn geboorteland, India. Toen ik hierover sprak met een goede vriend, Barry, had hij het voorgevoel dat ik iemand zou ontmoeten die me in de hoogste staten van verlichting zou kunnen brengen, iets dat we beiden een lange tijd hadden gezocht. Diep in mij resoneerde iets op zijn bewering, en ik voelde de waarheid ervan als een diepe opborreling van vreugde door mijn hele lichaam.

Geen van ons wist waarom of waarheen, maar Grace en ik wisten dat we moesten gaan. De roep werd te sterk om te negeren. We pakten onze koffers, sloegen al onze bezittingen op, en zaten eind september in een vliegtuig naar India.

We reisden langs veel ashrams met veel yogis en goeroes. We werden aangetrokken tot het werk van Sri Aurobindo, een vrijheidsstrijder, mysticus en hoog ontwikkelde yogi, die veel tijd van zijn leven in diepe contemplatie had doorgebracht in Pondicherry, India. Later verenigd in dit werk met een Franse vrouw, Mirra Alfassa, die langzamerhand bekend werd als de Moeder, was het zijn grote taak om in het collectief bewustzijn van de mensheid dat te verankeren wat hij de ‘supramentale kracht’ noemde, een kracht waarvan hij beweerde dat die zeer zeker de mensheid zou doen ontwaken tot haar ware evolutionaire bestemming als supramentale soort, even ver van de huidige menselijke soort verwijderd als de mens is van de aap.

Grace en ik brachten veel tijd door in Auroville, de stad van menselijke eenheid, gesticht door de Moeder na de dood van Sri Aurobindo. We verbonden ons diep met de geest van deze twee zieners, en hadden enkele krachtige ervaringen van de supramentale gebieden, waarvan zij hadden gezegd dat die spoedig zouden worden gemanifesteerd in het massa-bewustzijn van de Aarde. We brachten veel tijd door in de Matrimandir, een gouden bol, in het centrum van Auroville, dat een voertuig vertegenwoordigde voor het neerdalen van deze supramentale kracht.

Op een dag, toen we zaten te mediteren in de vroege ochtend, had Grace een visioen van een prachtig, lang, mannelijk wezen, met as ingesmeerd, groengrijs van kleur, met ontbloot bovenlijf, het haar in een knot boven op zijn hoofd, en dan in dreadlocks naar beneden. Hij had slingers van parels om zijn hals. Er was een aura van krachtige weldadigheid om hem heen. Hij strekte zijn hand naar haar uit, met daarin wat een lang, stralend ovaal voorwerp leek met wervelende zacht-groene en rose opalescerende kleuren. Ze hoorde de woorden ‘kosmisch ei’. Hij was zo reëel dat ze hem kon aanraken. Ze wist niet wie hij was, maar toen ze hem aan mij beschreef, realiseerde ik me dat dit Shiva was. Het beeld bleef in haar bewustzijn gedurende weken, en scheen een leidende kracht te zijn terwijl we verder reisden.